Aan het woord: Jan van der Beek, gladheidscoördinator bij de provincie Gelderland

Ontmoeten - Kennisdelen - Samenwerken

Jan van der Beek coördineert bij de provincie Gelderland alle werkzaamheden die met gladheidsbestrijding te maken hebben. Jan hield zich sinds 1993 al bezig met gladheid maar sinds 2005 zeer intensief. Al met al is dat toch al bijna 30 jaar waarin er ontzettend veel kennis en ervaring is verzameld.

Daarom vroegen wij Jan om een update: waar staan we nu met gladheidsbestrijding en welke ontwikkelingen voorziet hij in de toekomst?

Hoe ziet jouw rol er nu uit?

“Het overgrote deel van mijn tijd besteed ik aan het up to date houden van de strooiroutes. Wegwerkzaamheden hebben veel impact op de strooiroutes, zelfs kleinschalige veranderingen zoals een nieuwe middengeleider. Verder vraagt de zout-inkoop en de aanbesteding van zoutleveranciers en strooiers/ploegen veel van mijn tijd. Alle routes binnen de provincie Gelderland worden in één bestek per perceel aanbesteed. Daarnaast hebben we veel afstemming met de meeste gemeenten in de provincie Gelderland alsmede met een aantal provincies en Rijkswaterstaat. Dat organiseer ik ook, een prachtig mooie rol! Ik kom met veel mensen in aanraking en krijg daardoor een kijkje in andere keukens. We bespreken met elkaar hoe we de zaken aanpakken. Zo kunnen anderen weer hun voordeel ermee doen en pik ik de goede dingen eruit om zelf toe te passen.”

Welke belangrijkste ontwikkeling zie jij op het gebied van gladheidsbestrijding?

“Ik maak onderdeel uit van de werkgroep gladheidsbestrijding bij CROW. Daar komen we samen met alle overheden en leveranciers die mede zorgen voor veilig wegbeheer. De belangrijkste ontwikkeling in mijn ogen is toch wel de MBO-opleiding voor steunpunt coördinator gladheidsbestrijding. Deze bestond eerder nog niet en is wel nodig voor diegene die vanaf de steunpunten en gemeentewerven de gladheid coördineren. We zijn volop bezig om daar handen en voeten aan te geven. Het is goed dat er een opleiding komt voor zowel provincies, gemeenten, waterschappen en Rijkswaterstaat. Binnenkort start de pilot van de opleiding.”

Wat kun je vertellen over de samenwerking vanuit de provincie? 

Jan van der Beek

“Als provincie hebben wij het midden- en kleinbedrijf hoog in het vaandel staan. Deze partijen kunnen vaak niet goed meedraaien in grote Europese aanbestedingen. Daarom hebben wij één grote aanbesteding (met alle routes) onderverdeeld in micropercelen. Iedere route in één perceel. Kleine en grote bedrijven kunnen meedoen doordat we de eis hebben gesteld dat er op ieder perceel minimaal één voertuig ter beschikking moet zijn én in eigendom moet zijn. Ook het aantal toe te wijzen strooiroutes hebben we gemaximaliseerd. Alle bedrijven krijgen een kans. Vaak zijn ondernemers uit de directe omgeving meer betrokken. Als ze hun werk niet goed uitvoeren krijgen ze op verjaardagen de wind van voren! 

De samenwerking met gemeenten is op een aantal plekken intensief. Bijvoorbeeld met de Achterhoekse gemeenten. We organiseren gezamenlijk de inkoop van zout door een meerjarig contract op de markt te zetten. De winnende partij sluit met de betrokken gemeenten een eigen raamovereenkomst. Ook hebben we met een paar gemeenten de zoutopslag samengevoegd. Al met al gaat de afstemming over de routes goed; er zijn geen onlogische plekken meer waar we ophouden met strooien.”

Wat is er veranderd sinds de aanpak van 2007 waarin de inkoop van zout en het strooibeleid gezamenlijk werd opgepakt? Wordt er nog steeds zo gewerkt?

“Ja zeker. Gladheid houdt niet op bij de provincie of gemeenteweg. We moeten er met zijn allen voor zorgen dat de weggebruiker niets merkt van de organisatiegrenzen. Het voordeel is dat het netwerk van gladheid experts vrij select is waardoor je vaak dezelfde mensen treft. Zo leer je de mensen én de organisaties goed kennen. En dat maakt het weer makkelijker elkaar te begrijpen.

Een van de voorbeelden waarin provincies, Rijkswaterstaat, CROW en de zoutleveranciers nog steeds samen optrekken is het bepalen van de eisen aan het strooizout. Wat mag er in zitten en hoe schoon moet het zout zijn? We willen voorkomen dat er allerlei verontreiniging in zit die niet terecht mag komen in het milieu. 

Wat ook wel aardig is, en daar kan Rijkswaterstaat meer over vertellen, is de aanbesteding van het strooimanagementsysteem waarin ook een zevental provincies participeren. Een van de eisen in de aanbesteding is dat het een reeds bewezen strooimanagementsysteem  moet zijn. De hoofdtaken van dit systeem zijn controleren van de strooiacties en uiteindelijk het factureren. Vanaf 1 september gaat dit systeem definitief draaien. Strooimanagementsystemen bestaan al jaren, in Nederland zijn twee systemen actief, één van leverancier Aebi-Schmidt Nederland en een systeem van BG-Engineering. Toen het ter sprake kwam in het Interprovinciaal overleg (IPO) is er een samenwerkingsovereenkomst tussen Rijkswaterstaat en de provincies tot stand gekomen. Het zou natuurlijk fantastisch zijn als ook de andere vijf provincies hierbij aansluiten. 

Als laatste voorbeeld: dezelfde zevental provincies participeren ook mee in het gladheidmeldsysteem van Rijkswaterstaat. Dit systeem meet de temperatuur en de relatieve vochtigheid van de weg in combinatie met de luchttemperatuur en de neerslag. Ook wordt er gemeten of er nog zout op de weg ligt. Deze gegevens worden gecombineerd en het systeem laat vervolgens weten of de weg glad kan worden of niet.”

Deze nieuwe systemen zorgen dus voor meer efficiëntie. Welke innovaties spelen er nog meer? 

“Een van de doorontwikkelingen is dat de strooiwagen de breedte van het strooivak automatisch aanpast op de route. Dat werkt, mits de route hetzelfde blijft. Het systeem herkent nog niet automatisch nieuwe objecten en wegen. Dat is best een uitdaging. Het up to date houden van de strooiroutes gebeurt nu nog handmatig. Twee personen rijden de nieuwe route in: een een chauffeur en iemand met de laptop op schoot om de route te registreren aan de hand van GPS. Het zou fantastisch zijn als de routesystemen van de strooiwagen automatisch worden geupdated. Daar werken we nu naartoe aan de hand van geo-gegevens.”

Dat zijn mooie uitdagingen. Op 17 september komen professionals op het gebied van gladheidsbestrijding bij elkaar tijdens een WOW-bijeenkomst. Wat zou jij nou willen bespreken die middag?

“Ik denk dat het goed is om de opleiding voor steunpunt coördinator onder de aandacht te brengen. Als de provincies en gemeenten dit ook oppakken zorgen we voor nog meer gezamenlijkheid aan de voorkant. En dat zorgt weer voor meer veiligheid. Strooien heeft alles te maken met het waarborgen van de veiligheid voor de weggebruikers. Dat kun je niet aan een leek overlaten. Of aan iemand zonder diploma’s.”

Zelf ga ik die middag in op het zelf organiseren van gladheidsbestrijding en hoe hier samen in op te trekken. Ik kijk uit naar het gesprek met de collega-beheerders!