Lianne Koomen en Ad de Waal Malefijt over de jeugd van tegenwoordig

WOW 10 jaar interviews en top10sOmdat WOW dit jaar 10 jaar bestaat, interviewen 10 collega's 10 bekenden uit het WOW netwerk. Wat is hun visie op de belangrijkste thema’s, zoals gladheidsbestrijding, samenwerking, assetmanagement en risicomanagement? Hoe was het, hoe is het nu en waar gaat het heen? Op welke manier speelt samenwerking binnen de overheid daarbij een rol? En wat voor rol kan WOW daarbij spelen?

Ze zijn allebei nog niet zo heel lang betrokken bij WOW. Ad de Waal Malefijt, plaatsvervangend directeur bij Dunea en bestuurslid van Water Ontmoet Water, sprak met Lianne Koomen, adviseur jongerenbeleid bij Waternet/waterschap Amstel, Gooi en Vecht, en lid van het bestuur van het WOW Young Professional Network over hun ervaringen, kennis delen en borgen en de kansen voor jongeren.

Ad en Lianne over: De jeugd van tegenwoordig

Lianne: “Goedemiddag, jij bent nog niet zo heel lang bestuurslid van Water Ontmoet Water. Op welke manier ben jij betrokken geraakt bij WOW?”

Ad de Waal-MalefijtAd: ”Ik ben nu ongeveer twee jaar bestuurslid van Water Ontmoet Water. Een collega van mij, Loet Rosenthal, had een uitwisseling met Joost de Ruig. Daar was hij enthousiast over. Ze hebben veel over WOW gepraat en vervolgens kwam er een uitnodiging vanuit WOW naar de Vewin of de waterbedrijven ook wilden aansluiten bij WOW. Dat hebben we besproken en toen ben ik samen met Arjen Frentz, plaatsvervangend directeur van de Vewin, toegetreden tot het bestuur van Water Ontmoet Water. Ik vind het een uitdagend platform en ik denk dat we als beheerders nog steeds veel van elkaar kunnen leren. Maar ik ben ook nog wel een beetje zoekende op welke onderwerpen we nog meer samen kunnen werken, zodat het nog beter gaat.”

Lianne: ”Weet je wat ik grappig vind? Als je net van school komt dan verwacht je dat alle bedrijven met elkaar samenwerken. Het verbaasde mij dat het niet zo was en dat men speciale platformen en dergelijke opricht om die samenwerking te stimuleren.”

Ad: ”De waterschappen, Rijkswaterstaat en ook de drinkwaterbedrijven zijn bedrijven die al heel lang bestaan. Van oudsher waren we naar binnengericht. We keken hoe ons eigen proces efficiënter kon. We weten pas sinds kort dat we meer moeten investeren in de waterketen. De tijd dwingt ons nu om samen te werken. Je kan het niet meer alleen.”

Lianne: ”Het valt mij op dat mensen in een organisatie vaak óf intern óf extern gericht zijn. En dat maakt dat je soms de verbinding mist tussen de interne en de externe schil van een onderneming. Terwijl dit juist heel belangrijk is voor een goede samenwerking. Hoe zie jij dat?”

Ad: ”Ik begrijp je punt. Van binnen naar buiten gaat vaak wat eenvoudiger. Mensen die expertise hebben, moeten dat laten zien aan de omgeving. Zo proberen we nu strategisch omgevingsmanagement veel meer handen en voeten te geven. Je moet wel weten vanuit welke expertise je dat doet. Dus even met je voeten in de klei staan. Zien wat het betekent om een leidingnet te onderhouden, dat soort dingen. Het is echt een punt van aandacht: hoe ga je mee met de omgeving? Hoe zorg je dat je aangehaakt blijft? Dat betekent ook dat je intern veel flexibeler moet zijn. Iets anders, jij hebt meegedaan met de Young Professional Challenge. Hoe heb je dat ervaren?”

Lianne KoomenLianne: ”Ja, dat was mijn eerste contact met WOW. Ik werkte toen bij de Unie van Waterschappen en ik zag een oproep voorbij komen. Het was zo leuk om vier dagen samen te werken met collega’s van waterschappen, provincies, gemeenten en Rijkswaterstaat. Dit creëert een mooie dynamiek. Tijdens deze dagen werk je intensief samen aan een opdracht, heb je interessante discussies uit verschillende invalshoeken en krijg je pitchtraining. We hebben uiteindelijk gewonnen. We kregen een opleidingsbon voor 1500 euro; dat was natuurlijk erg leuk. Ik vond het zo leuk dat ik het jaar daarna zelf in de organisatie heb gezeten. Ik merk nu ook dat het makkelijk is om samen te werken met andere overheidsorganisaties, je kent elkaar en daarom leg je sneller contact.”

Ad: ”Ja, dat kan ik me voorstellen. Maar waarom wordt er niet vanzelfsprekend samengewerkt denk jij?”

Lianne: ”Ik denk dat het met verzet te maken heeft. Veel mensen hebben een baan in een grote organisatie. Je bent blij als je je directe collega’s kent dus waarom zou je dan naar buiten moeten gaan en daar mensen gaan zoeken? Ik merk wel dat mensen op een hoger niveau elkaar vaker en makkelijker opzoeken, dan op een lager niveau.”

Ad: ”Ik hoor wel van monteurs van verschillende bedrijven die elkaar tegenkomen. Dan praten ze meteen over van alles. Mag ik even in jouw auto kijken? Hoe is de indeling? Dat soort dingen. Ik denk dat uitwisseling op dat niveau ook heel goed kan werken. Maar wat is volgens jou de kracht van WOW?”

Lianne: ”WOW helpt je om over de grenzen van je eigen organisatie heen te kijken. Je bouwt een netwerk op, het zet je aan het denken en je pakt makkelijker de telefoon om iemand te bellen. Het is blijvend. Er wordt nog steeds met veel energie aan WOW gewerkt; dat is heel positief.”

Ad: ”Ja, ik denk dat WOW vooral bijdraagt om de onbekendheid bij elkaar weg te nemen. Men heeft vaak echt geen idee wat de ander doet. Bezoekers van onze locatie in Scheveningen zijn meestal heel erg onder de indruk over wat er allemaal voor nodig is om van oppervlaktewater drinkwater te maken. En dat merk je ook bij de uitwisselingen die WOW organiseert. We gaan dit jaar ook zeker weer mee doen. Er staan onderwerpen op de agenda waar we echt iets mee kunnen. Bijvoorbeeld assetmanagement of agressie en geweld. Onze medewerkers die door de duinen rijden worden wel eens bespuugd, omdat er dan een fietser langs wil. We dachten bijna dat het erbij hoort. Maar dan hoor je bij WOW dat een brugwachter ook bijna uit zijn hokje wordt getrokken, omdat men vindt dat de brug niet snel genoeg opengaat…”

Lianne: ”Wat is er mis met mensen? Ik schrik hiervan en ik ben sprakeloos. Je gaat toch niet op mensen spugen of iemand aan zijn jas trekken? Ik begrijp dat niet.”

Ad: ”Ja precies. Als je dat hoort doet het echt wat met je. Maar er kwamen steeds meer van dit soort verhalen. Ook de weginspecteurs van Rijkswaterstaat maken de ergste dingen mee. We hebben onlangs vanuit WOW een enquête uitgezet om een beeld te hebben van wat de meest voorkomende gevallen zijn van agressie en geweld. Aan de hand van de uitslagen gaan we kijken of we afspraken met elkaar kunnen maken. Wellicht gaan we ook samenwerken met Justitie op dit gebied.”

Lianne: ”Het is erg dat het nodig is, maar ook goed dat er nu wat aan gedaan wordt. Iets anders, heb jij zelf al een keer met een collega meegelopen?”

Ad: ”Nee nog niet, ik promoot het wel binnen mijn eigen organisatie. Maar het is er nog niet van gekomen om het zelf te doen. Ik ben het wel van plan. Bijvoorbeeld met een collega van de provincie of Rijkswaterstaat. En heb jij al meegelopen of een uitwisseling gedaan?”

Lianne: ”Niet via WOW. Ik heb wel bij andere bedrijven meegelopen. Ik wilde wel eens zien hoe het aan de opdrachtnemers kant was, dus heb ik meegekeken bij een creative agency. Het is heel interessant om vanuit die verfrissende, commerciële blik naar je organisatie te kijken. En ik zou graag een keer met de communicatie innovator van de provincie Overijssel willen meelopen. Hij kijkt op een hele andere manier naar burgerparticipatie. Hij wil bijvoorbeeld het woord ‘burger’ elimineren, omdat het afstand creëert tussen de overheid en de maatschappij.”

Ad: ”Ja, burgers, ik heb het liever over inwoners, hebben vaak niet echt een positief beeld van de overheid, denk ik. Het beeld heerst nog steeds dat het vaak logge organisaties zijn. Dat is jammer. Zou dat ook een reden zijn waarom jongeren nog niet echt warm lopen voor een functie bij een overheidsorganisatie?”

Lianne: ”Overheidsinstanties zeggen vaak dat ze moeten gaan verjongen. Daarom worden er ook veel traineeships opgezet, maar daarna zijn er niet gegarandeerd formatieplaatsen om de kennis die je hebt opgedaan verder te ontwikkelen in een functie. Je moet dan lobbyen om je eigen baan te creëren. Er zijn vaak geen formatieplekken, en als die er zijn is het vaak erg beperkt. Dus het is theoretische verjonging. Daarnaast willen jongeren graag een functie die voor hen uitdagend is. Waarbij ze ruimte krijgen om anders te denken. Ze willen geen baan voor de komende tien jaar. Misschien drie jaar en daarna weer doorontwikkelen. Dit betekent niet dat ze van werkgever naar werkgever willen gaan, die uitdaging kan ook binnen de eigen organisatie zijn. Wil je als overheid jongeren vasthouden dan moet je ze de ruimte geven om te ontwikkelen in interessante en uitdagende functies.”

Ad: “Ja, ik ben het met je eens. Maar vanwege wetgeving is het niet mogelijk om banen van drie jaar te creëren. Ik zie ook een goede ontwikkeling en dat is dat medewerkers een aantal jaar een functie kunnen uitoefenen en daarna weer verder gaan in een andere functie. Dat bevordert de doorstroming en de kennis van mensen over het proces en de onderneming. Maar dat lost het probleem van het betrekken van jonge werknemers nog niet op.”

Lianne: ”Nee, eigenlijk zouden organisaties voordat ze aan een traineeship beginnen moeten onderzoeken hoeveel werkplekken er naderhand zijn en hoe de inhoud van deze functies er ongeveer gaat uitzien.”

Ad: ”Ja, dan moet je aan strategische personeelsplanning doen. En dan komen de andere medewerkers misschien in opstand, omdat zij ook wel over drie jaar zo’n baan willen hebben. Op dit gebied zijn er nog wel uitdagingen en kansen. Misschien ook wel een onderwerp voor WOW om een keer goed op te pakken. Misschien wisselbanen van een half jaar in het kader van de uitwisselingen?”

Lianne: ”Ja, leuk idee. Het zal wel lastig zijn om dat praktisch uit te voeren, maar niets is onmogelijk. Het is goed dat dit onderwerp aandacht krijgt, ook in WOW-verband.”